4 bijzondere maar vergeten modellen van De Tomaso

1 augustus 2026

Hotlist

Mark Reus

Wanneer u als liefhebber denkt aan klassieke sportwagens uit de jaren zestig en zeventig, is De Tomaso wellicht niet de eerste naam die bij u opkomt. Toch verdient het eigenwijze Italiaanse merk een eervolle vermelding. In de schaduw van grotere concurrenten bracht de constructeur een aantal uiterst intrigerende modellen op de markt.

De Tomaso is een van de meest roemruchte sportwagenmerken van Italië. Het sportwagenmerk werd opgericht door Alejandro De Tomaso, een Argentijnse veeboer die al op jonge leeftijd gefascineerd was door raceauto’s. In Italië joeg hij zijn jongensdroom na: eerst als coureur, later als constructeur van racewagens.

Na zijn eerste succesvolle stappen op het circuit besloot De Tomaso in 1962 de focus te verleggen naar sportwagens voor de openbare weg. Een paar jaar later werd de Vallelunga gepresenteerd. Als gevolg van de vooruitstrevende techniek waren de materialen en daarmee de prijs van de Vallelunga fors. Uiteindelijk zijn er naar verluidt 49 stuks geproduceerd en dat maakt de Vallelunga vandaag de dag tot een gezochte klassieker.

Ondanks het succes van een aantal modellen verkeerde het merk financieel vaak in zwaar weer. De Tomaso ging meermaals failliet en herrees het net zo vaak weer uit zijn as. Het laatste wapenfeit van De Tomaso was de P72, een hypercar die stilistisch knipoogt naar de P70-racewagen uit het Carroll Shelby-tijdperk. Hoewel het merk technisch gezien nog bestaat, dreigt dit nieuwe model in de vergetelheid te raken Een tragische herhaling van de geschiedenis.

1285

Mangusta

Na de Vallelunga introduceerde De Tomaso in 1967 de Mangusta. Dit meesterwerk, door Giorgetto Giugiaro ontworpen in dienst van designhuis Ghia, viel op door een reeks excentrieke stijlelementen.

Met een hoogte van slechts 1,1 meter komt de Mangusta amper tot aan de taille en is de sportwagen zeer gestroomlijnd. In plaats van een conventionele achterklep ontwierp Giugiaro twee centraal scharnierende vleugeldeuren boven de motorruimte, elk voorzien van een royaal glazen paneel.

Onder dat glas ligt een V8-motor van Ford met voor die tijd indrukwekkend maximaal vermogen van 305 pk. Destijds waren Ford, Lamborghini en De Tomaso de enige fabrikanten die modellen met een grote cilinderinhoud en een middenmotor aanboden. Maserati en Ferrari zouden pas respectievelijk in 1971 en 1973 volgen.

Geleerd van de dure lessen kwam De Tomaso in 1970 dankzij de Pantera weer op het goede spoor en zou het uiteindelijk het langst geproduceerde model van De Tomaso worden, waarbij de teller uiteindelijk op 7.000 kwam. 

Deauville

Hoewel De Tomaso vooral bekend is om zijn sportwagens met een middenmotor, besloot het merk zijn horizon te verbreden. Slechts enkele maanden na de presentatie van de Pantera onthulde De Tomaso tijdens de Autoshow van Turijn de Deauville. Met deze vierdeurs luxesedan opende De Tomaso de aanval op gevestigde namen als de Lamborghini Espada, de Aston Martin DBS V8, de Ferrari 365 GTC/4 en de Jensen Interceptor.

De Deauville wordt aangedreven door dezelfde V8-motor als in de Pantera, maar in plaats van in het midden ligt deze voorin. Ondanks een wagengewicht van 1.900 kilogram gold de Deauville destijds als de snelste vierdeurs sedan op de markt. Dankzij de onafhankelijke wielophanging rondom bood de auto een buitengewoon comfortabel rijgedrag.

Deze prestaties kwamen wel met een stevig prijskaartje en al snel bleek dat er betere alternatieven op de markt waren voor minder geld, zoals de Jaguar XJ6. Officieel bouwde De Tomaso 240 Deauvilles, maar volgens experts kloppen de productiecijfers van de chassisnummers niet en is in werkelijkheid slechts de helft van dat aantal daadwerkelijk van de band gelopen.

Longchamp

Als De Tomaso niet had besloten om de Deauville in productie te nemen, zou de Longchamp in 1972 nooit het levenslicht hebben gezien. Beide modellen zijn namelijk op exact hetzelfde platform en onderstel gebouwd.

Het design en het doel van de Longchamp verschilt wel wezenlijk. Het is een tweedeurs sportcoupé met officieel vier zitplaatsen en voorzien van een 5,8- liter V8. Hoewel De Tomaso de sportwagen positioneerde, waren de koplampen afkomstig van de Ford Granada en de achterlichten van de Alfa Romeo 1750.

Een merkwaardig detail is dat de Longchamp aan beide zijden een brandstoftank had. Deze tanks moesten afzonderlijk worden gevuld, waarna de bestuurder via een schakelaar op het dashboard selecteerde welke tank brandstof naar de motor stuurde. 

In een productieperiode van 16 jaar bouwde het merk volgens officiële opgaven 410 exemplaren (394 coupés en 16 cabriolets), al gelden ook hier serieuze twijfels over de juistheid van de fabrieksstatistieken.

Guarà

In 1993 kreeg Alejandro De Tomaso een beroerte en kwam hij deze klap nooit echt meer van bovenop. Hij werd gedwongen de operationele leiding over te dragen, maar niet voordat hij zijn laatste wapenfeit aan de autowereld presenteerde: de Guarà.

Deze puristische sportwagen was gebaseerd op het prototype van de Maserati Barchetta Stradale. De Guàra was leverbaar als coupé, als spider en zelfs als compromisloze barchetta zonder voorruit, rechtstreeks geïnspireerd op de racerij. Aanvankelijk monteerde De Tomaso een aluminium V8-motor van BMW voor de aandrijving. In 1998 keerde het merk terug naar zijn Amerikaanse wortels door te kiezen voor de 4,6-liter V8 uit de Ford Mustang Cobra.

Over een periode van tien jaar verlieten uiteindelijk slechts een kleine vijftig exemplaren de fabriek in Modena. De Guàra vormde daarmee het sluitstuk van een turbulent en roemrucht Italiaans autohuis.

1 augustus 2026

Hotlist

Mark Reus

Oldtimerverzekering

Bent u al de trotse eigenaar van een oldtimer of zelfs collectie, maar bent u niet tevreden met uw huidige verzekering? Via onze website kunt u eenvoudig een offerte opvragen.

Offerte aanvragen