Een oldtimer als belegging

Geplaatst op vrijdag 14 oktober 2016 in Uitgelicht

Beleggen in oldtimers? Op het eerste oog klinkt het een bijzondere zet. Toch geeft het kans op een hoog rendement, hoewel er ook bedreigingen te vinden zijn. Wie kiest voor de oldtimer als beleggingsobject, zal zich moeten verdiepen in veel details op deze interessante verzamelaarsmarkt.  Je zult de veranderende wet- en regelgeving, de populariteit van bepaalde modellen en uiteraard de dagwaarde van je auto goed in de gaten moeten houden. Hieronder geven we een aantal aandachtspunten.

Wie tegenwoordig over een vermogen beschikt gaat er, als hij er niets mee doet, jaarlijks op achteruit. In de oude situatie ging de overheid uit van een fictief rendement van 4% en betaalde je effectief 1,2% vermogensbelasting boven 21.330 euro. In het nieuwe stelsel is het vrijgesteld vermogen wel verhoogd naar 25.000 euro, maar rekent de overheid met fictieve rendementen van 2,9% tot 5,5%, de laatste bij vermogens boven 1.025.000 euro, gebaseerd op variabele spaarrentes van de afgelopen vijf jaar. Sparen levert nu nagenoeg niets meer op en met beleggen in effecten is een gemiddeld rendement van 4% te realiseren, als beheerskosten en inflatie hiervan zijn afgetrokken. Hoewel de inflatie afneemt, van 1,01% in 2014 tot 0,30% in 2016, blijven de rendementen laag en zullen vooral diegenen met een groot vermogen inleveren. Tenzij ze lucratieve investeringsmogelijkheden ontdekken. Investeren in oldtimers kan één van deze mogelijkheden zijn.

oldtimer als belegging

In 2014 presenteerde de Britse Couts Bank een index op het gebied van zogenaamde ‘passion assets’, verzamelwaardige objecten als schilderijen, juwelen en klassieke wijnen met een fanatieke en kundige markt van liefhebbers. Ook oldtimers zijn passion assets. Waar de gehele groep vanaf 2005 tot 2013 een waardestijging van gemiddeld 77% liet zien, bleken oldtimers tot wel 257% in waarde te zijn gestegen. Deze trend zette zich door tot in 2015, hoewel het wel geldt voor oldtimers in het segment van topklasse auto’s.

Toch zijn er ook bedreigingen en wederom is het de overheid die hier van invloed is. Want wie zijn klassieke oldtimer niet alleen als verzamelobject heeft, maar er ook daadwerkelijk in rijdt, moet rekening houden met de veranderingen van de wegenbelasting en het beleid van een aantal grote steden om de meer vervuilende auto uit hun binnensteden te weren. Dit heeft veel mensen aan het denken gezet een oldtimer te kopen. Vanaf 2014 betaal je geen motorrijtuigenbelasting als je klassieker 40 jaar of ouder is. Zit je oldtimer in de klasse 25 tot 40 jaar, dan betaal je een aangepast belasting tarief, het meest wanneer je oldtimer op lpg of diesel rijdt. Deze nieuwe belastingmaatregel moest maar liefst 137 miljoen euro opbrengen, maar bleef steken op 50 miljoen. De autobranche merkte al snel dat veel bezitters hun minder oude klassiekers van de hand deden, wat in sommige gevallen een waardedaling van wel 30% tot gevolg had. En nu er een trend te bespeuren is bij steden als Rotterdam en Utrecht om oldtimers uit hun stadscentra te weren, zou die waardedaling daardoor in negatieve zin kunnen worden beïnvloed. Wat is de reden voor dit veranderende beleid? Het feit dat uit het rapport van het Planbureau voor Leefomgeving, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, blijkt dat in 2015 15% van de uitstoot aan stikstofoxiden afkomstig was van oldtimers, naast 5% uitstoot van fijnstof. En dat terwijl het aantal gereden kilometers door oldtimers slechts 1,5% bedraagt.

Is hierdoor de aantrekkelijkheid van oldtimers als beleggingsobject afgenomen? Dit hoeft zeker niet zo te zijn. Met name de sportwagens uit de jaren vijftig tot 1967 blijven onverminderd populair en met de zich ontwikkelende Chinese verzamelaarsmarkt in het achterhoofd, is de markt voor oldtimers beslist nog geen zeepbel. Om maar even een aantal voorbeelden te noemen, een MG MGB 1967 kostte destijds ongeveer €7.000,- terwijl je er nu meer dan €16.000,- voor kunt vragen. Auto’s uit de jaren ‘60 en ‘70 worden steeds schaarser, hoe ouder de auto, des te meer deze op gaat leveren. Een ander, extremer voorbeeld is de Ferrari 288 GTO, ook wel de voorganger van de Ferrari F40. Geliefd als de auto was bracht hij in 2010 €500.000,- op, nu is dat zelfs het vijfvoudige. Parate kennis van zowel marktontwikkelingen als automerken zullen nodig zijn, al is dit onderzoek natuurlijk onderdeel van de hobby.

Uw reactie toevoegen

Via onderstaand formulier kunt u uw reactie toevoegen.

Social Media

Aanmelden nieuwsbrief